Hier vind je een uitleg van veelgebruikte geluidstermen. Dit is een aanvulling op het thema geluid.

Rekenmethoden

In het algemeen wordt bij een woning de hoeveelheid geluid bepaald die gemiddeld over de dag (7 tot 19 uur) op de woning valt. Er wordt dus niet speciaal naar spitsuren gekeken. Hetzelfde gebeurt 's avonds (19 – 23 uur) en ‘s nachts, maar dan wordt het geluid strenger beoordeeld omdat het dan stiller moet zijn. De beoordeling vindt plaats door het berekende geluidsniveau (er wordt meestal gerekend, niet gemeten) te vergelijken met grenswaarden genoemd in de wet- en regelgeving.

Wet geluidhinder

Voor de berekening van de geluidbelasting stelt de Wet geluidhinder rekenmethoden verplicht: standaardrekenmethode 1 of 2.

Standaardrekenmethode 1, SRM1

SRM1 is een vrij eenvoudige berekeningswijze. Met SRM1 wordt de geluidproductie berekend en de demping door de lucht en bodem daarvan afgetrokken. SRM1 berekent alleen de geluidbelasting van de weg tot de eerste bebouwingslijn. De weerkaatsing door bebouwing aan de overkant van de straat wordt wel meegenomen, maar niet de weerkaatsing bijvoorbeeld in zijstraten. SRM1 berekent de geluidbelasting op ‘slaapkamerhoogte' (4-5 meter hoog).

Standaardrekenmethode 2, SRM2

SRM2 is een uitgebreide berekeningsmethode. De mate van weerkaatsing van het geluid is afhankelijk van de verschillende frequenties van het geluid. SRM2 kan de geluidniveaus specificeren in frequentiebanden en zo de weerkaatsing berekenen. Hierbij wordt de positie en vorm (de geometrie) van de omringende gebouwen betrokken. Deze geometrie moet in SRM2 ingevoerd worden. Zo kan ook het geluid worden berekend op verschillende hoogten, bijvoorbeeld afhankelijk van het aantal verdiepingen van woongebouwen.

EUEuropese unie-Richtlijn Omgevingslawaai

In het kader van de EU-Richtlijn Omgevingslawaai moeten geluidkaarten gemaakt worden voor bepaalde agglomeraties en voor belangrijke wegen en spoorwegen.In een ministeriële regeling (Regeling Omgevingslawaai 2004) is vastgelegd dat hiervoor de standaardkarteringsmethode (SKM) moet worden gebruikt.

Standaardkarteringsmethode 1, SKM1

SKM1 is gebaseerd op SRM1. De standaard waarneemhoogte bij SKM is 4 meter. Een belangrijk verschil met SRM1 is dat SKM1 rekening houdt met afscherming en verstrooiing van geluid achter de eerste bebouwingslijn of achter een geluidscherm. Zo kan het geluidniveau in een wijk bepaald worden.

Standaardkarteringsmethode 2, SKM2

SKM2 is gebaseerd op SRM2. Met SKM2 kan het geluidniveau in een wijk achter de eerste bebouwingslijn in segmenten berekend worden. Er wordt rekening gehouden met de afscherming en verstrooiing van geluid door bebouwing, maar dan specifiek voor elke geluidoctaafband.

Laatst bewerkt: 28 juli 2016

In de Wet geluidhinder staat artikel 110g (voorheen artikel 103) een aftrek van geluidbelasting toe, omdat voertuigen in de toekomst naar verwachting stiller worden. Hoeveel er afgetrokken mag worden staat in artikel 3.6 van het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder 2006. Deze "artikel 110g-aftrek" bedraagt 2 dB(A) voor wegen waarop de representatief geachte snelheid 70 of meer km/uur voor lichte voertuigen is, en 5 dB(A) voor de overige wegen.
Als de standaardkarteringsmethode 1 of 2 wordt gebruikt is deze aftrek niet toegestaan.

Laatst bewerkt: 28 juli 2016

Geluidhinder

Gehinderd zijn wordt omschreven als het zich onprettig voelen. Het is een verzamelterm voor allerlei negatieve reacties zoals ergernis, ontevredenheid, boosheid, teleurstelling, zich terug getrokken voelen, hulpeloosheid, neerslachtigheid, ongerustheid, verwarring, het zich uitgeput voelen en agitatie. De mate van geluidhinder wordt niet alleen bepaald door de geluidbelasting, maar ook door andere factoren zoals de mening over het geluidbeleid, het onnodig geacht zijn van de geluidsproductie, ergernis over het gedrag van bijvoorbeeld bromfietsers, angst en geluidgevoeligheid.
De omstandigheden waarin men aan het geluid wordt blootgesteld bepalen ook hoe erg men gehinderd is. Een verkeersdeelnemer zal het geluid als veel minder hinderlijk ervaren, dan de bewoner wonend aan de verkeersweg.

Ernstige geluidhinder

De classificatie ‘ernstige geluidhinder' is gebaseerd op een vraag uit hinderenquêtes. Mensen wordt gevraagd hoe hinderlijk ze een geluidbron vinden. Ze kunnen dat aangeven op een schaal van 0 (helemaal niet hinderlijk) tot 10 (erg hinderlijk). Mensen die 7 (gedeeltelijk) of hoger antwoorden zijn ernstig gehinderd.

Lden

Lden betekent ‘Lday-evening-night' en is de huidige wettelijke geluidmaat voor de geluidbelasting, waarbij het geluid in de avond en de nacht zwaarder telt dan het geluid overdag. Voor het bepalen van industrielawaai wordt vooralsnog de oude maat Letmaal gebruikt.
Lden wordt bepaald door eerst de gemiddelde geluidniveaus tijdens de dag (7-19 uur), de avond (19-23 uur) en de nacht (23-7 uur) vast te stellen. De geluidniveaus voor de avond en nacht worden verhoogd met respectievelijk 5 en 10 dB. Vervolgens wordt het gemiddelde geluidniveau voor het gehele etmaal vastgesteld. Deze maat gaat uit van het feit dat geluid tijdens de avond, en in nog sterkere mate in de nacht, hinderlijker is dan overdag.
De Lden wordt voorschreven in een EUEuropese unie-richtlijn voor omgevingsgeluid voor de beoordeling van het geluid van railverkeer, de luchtvaart en de industrie. Deze richtlijn verplicht lidstaten om de geluidsituatie in grote dichtbevolktere gebieden, grote vliegvelden en langs druk gebruikte verkeerswegen en spoorwegen vanaf 2006 in kaart te brengen.

Letmaal

Letmaal is de oude wettelijke geluidmaat en geldt nu alleen nog voor industrieel geluid. Voor industrieel geluid is in Nederland nog niet overgegaan op de nieuwe geluidmaat Lden. Voor de etmaalwaarde wordt ook eerst het gemiddelde geluidniveau over de dagperiode (7 – 19 uur), de avondperiode (19 – 23 uur) en de nachtperiode (23 - 7 uur) berekend. Vervolgens wordt het geluidniveau in de avondperiode met 5 dB en dat in de nachtperiode met 10 dB verhoogd. Lden is het gemiddelde van de drie geluidniveaus over een dag, maar Letmaal is de hoogste waarde van deze drie geluidniveau. Dit is dus of het geluidniveau over de dagperiode, de avondperiode of dat over de nachtperiode.

dB en geluidsterkte

dB betekent decibel. De sterkte van geluid wordt uitgedrukt in decibellen. Geluid wordt gekenmerkt door sterkte en toonhoogte. We nemen midden en hoge tonen beter waar dan lage en zeer hoge tonen van eenzelfde sterkte. Met deze gevoeligheid van het oor wordt rekening gehouden door het toepassen van een zogenaamd A-filter in de meetapparatuur. Dit werd aangegeven als dB(A). Tegenwoordig laat men de A veelal in de eenheid weg en schrijft men het als dB.
Omdat de luchttrillingen bij harde geluiden vele miljoenen malen heviger zijn dan bij zachte, is de decibel een logaritmische eenheid. Dit betekent dat decibellen niet zomaar kunnen worden opgeteld en afgetrokken. Als twee personenauto's elk een geluidniveau van 80 dB(A) produceren, is hun gezamenlijke geluidniveau geen 160 dB(A) maar 83 dB(A). Twee even sterke geluidbronnen veroorzaken samen slechts 3 dB(A) meer dan één afzonderlijk.
Dat geldt ook voor verkeersstromen. Als we de verkeersintensiteit (aantal voertuigen per etmaal) op een weg halveren, dan wordt een geluidvermindering van 3 dB(A) bereikt. Een verdubbeling van de verkeersintensiteit levert 3 dB(A) meer op.
Een verandering van 3 dB(A) kunnen we maar net horen. Een verschil van 5 dB(A) is goed waarneembaar. En een geluid met een 10 dB(A) lager niveau horen we als half zo luid.

In het volgende schema wordt een beschrijving van de geluidsterkte gegeven.
30 dB - geluid van gefluister
40 dB - natuurlijk achtergrondniveau; maximumwaarde voor stiltegebieden
50 dB - geluid in een rustige woonstraat;
70 dB - de sterkte van het geluid van een stofzuiger op 3 meter afstand.
70 dB - het geluid van een gemiddelde provinciale weg op 10 meter afstand.
100 dB - geluid van een boor of popconcert
120 dB - pijngrens 

Laatst bewerkt: 28 juli 2016