In het kort

Wat ziet u?
U ziet de berekende gemiddelde fijnstof concentraties (PM10) van het afgelopen uur. U ziet vooral hoge concentraties vlakbij drukke wegen en bedrijven. Een deel van het fijnstof komt uit het buitenland. PM10 staat voor Particulate Matter (in de lucht zwevende deeltjes) met een diameter kleiner dan 10 micrometer.

Deskundigen hebben de niveaus ingedeeld naar de mogelijke invloed op de gezondheid. De niveaus variëren van 1 (weinig luchtverontreiniging) tot 11 (veel luchtverontreiniging). Per hoofdkleur is daar een gezondheidsadvies aan verbonden. Voor de mogelijke effecten van de totale mix aan vervuilende stoffen kunt u de luchtkwaliteitsindex gebruiken.

Gezondheid
Fijn stof in de lucht kan leiden tot gezondheidsklachten (hoesten, benauwdheid, verminderde longfunctie, hart- en vaataandoeningen) en zelfs tot vroegtijdige sterfte. Bent u gevoelig voor luchtverontreiniging? Op grond van de luchtkwaliteit kunt u eventueel uw dagelijkse bezigheden aanpassen, om minder last te hebben. Het advies per hoofdkleur is:

GOED; u hoeft uw gebruikelijke activiteiten niet aan te passen

​MATIG; u hoeft uw gebruikelijke activiteiten niet aan te passen. Bent u gevoelig voor luchtverontreiniging? Overweeg dan lichamelijke inspanning te verminderen.

ONVOLDOENDE; overweeg lichamelijke inspanning te verminderen. Bent u gevoelig voor luchtverontreiniging? Verminder lichamelijke inspanning. Overleg eventueel met uw arts over aangepaste medicatie.

SLECHT; doe rustig aan; verminder lichamelijke inspanning. Bent u gevoelig voor luchtverontreiniging? Verminder lichamelijke inspanning. Overleg eventueel met uw arts over aangepaste medicatie.

ZEER SLECHT; er geldt een smogalarm. Doe rustig aan, vermijd lichamelijke inspanning. Bent u gevoelig voor luchtverontreiniging? Overleg eventueel met uw arts over aangepaste medicatie.

U kunt ook last hebben van ozon. Kijk daarvoor naar de luchtkwaliteitsindex, die zowel fijnstof, stikstofdioxide als ozon beschrijft.

Wat kunt u zelf doen?
Met gezondheidsklachten kunt u terecht bij uw GGD. Overige klachten kunt u melden via Milieuklachten.nl. Voor de verwachte concentraties voor morgen en overmorgen kunt u terecht op het Luchtmeetnet. Op een speciaal portaal vindt u meetgegevens van burgers.

Over de kaart

Achtergrond
Het RIVM en andere partijen meten op verschillende plekken continu de luchtvervuiling. U ziet hier de resultaten van het afgelopen uur. De gemiddelde concentratie PM10 over een heel jaar moet aan de grenswaarde van 40 µg/m⊃3; voldoen. Als u meer wilt weten over bijvoorbeeld beleid, kunt u onze Meer Weten pagina checken.

Gebruikte gegevens
Deze kaart gebruikt de gegevens van de verschillende meetstations in Nederland. Met modellen schat het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wat de concentraties zijn op plekken waar niet gemeten wordt.

Berekeningen
De berekeningen zijn geijkt aan meerdere metingen in het land. De gebruikte rekenmethode is de Afgeleide Standaardrekenmethode 2, waarbij is herleid naar uurlijkse waarden.

Beperkingen van de kaart
De getoonde waarden in deze uurlijkse kaarten zijn indicatief en alleen bedoeld om een indruk te krijgen van de actuele fijn stof-gehalten. De waarden zijn niet bedoeld als toetsinstrument en ook niet als zodanig bruikbaar. De gebruikte meetgegevens zijn namelijk nog niet gevalideerd. Verder houdt de berekening voor de kaarten geen rekening met het feit dat sommige rekenpunten heel dichtbij of mogelijk zelfs óp een weg liggen. Er worden dan hoge concentraties berekend die naast de weg al niet meer van toepassing zijn. Voor een overzicht van volgens de officiële regels berekende concentraties wordt verwezen naar www.nsl-monitoring.nl.

Verder lezen
Meer over fijnstof vindt u in deze Atlas.


Deze bijsluiter is opgesteld door de Atlas Leefomgeving in overleg met de bronhouder van het RIVM en is voor het laatst bewerkt op 14-12-2018.

Kaartgegevens

De bronhouder van deze kaart is Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Bekijk de metadata voor de contactgegevens en de technische beschrijving van de kaart.